Miniaturisatie in computers wordt vaak alleen geassocieerd met laptops en telefoons, maar ook servers zijn niet immuun gebleken voor deze trend. Al ten tijde van de eerste microprocessors is men begonnen met het opstapelen van hardware in racks. Dat was destijds geen nieuwe uitvinding: de welbekende 19”-standaard is oorspronkelijk ontwikkeld in 1890 om het signaleringssysteem voor de Amerikaanse spoorwegen in te huisvesten. Omdat de treinen net als telegraaf- en later telefoonnetwerken alle belangrijke steden met elkaar moesten verbinden, was het een logische stap om ook communicatieapparatuur in deze kasten te plaatsen. Pas veel later werd de standaard ook overgenomen door onder meer computers.

 

prod_raq2.jpgDe meest gangbare kasten bieden 187cm aan effectief bruikbare hoogte, verdeeld over zogenaamde 'rack units' van 4,45cm, oftewel 1U. In totaal past er in een doorsnee kast dus voor 42U aan hardware. In eerste instantie waren rackservers niet veel anders dan gekantelde torens, die snel 5U of meer per stuk in beslag namen. Hoewel er langzaam maar zeker wel compactere varianten werden gemaakt, was het pas tijdens de beruchte dotcombubbel dat serverbouwers echt onder grote druk stonden om kleinere servers te gaan ontwerpen, waardoor de 1U ‘pizzadoos’ gemeengoed werd. Een goed gevuld rack met kenmerkend paarsgekleurde Cobalts was een goede manier om indruk te maken op potentiele investeerders.

 

Voor een aantal bedrijven was 1U echter nog steeds niet klein genoeg, waardoor men creatieve oplossingen ging bedenken, zoals ondiepe servers waarmee racks aan twee kanten gevuld kunnen worden (met alle onhandigheid voor het kabelbeheer van dien). Een echt goed antwoord van de industrie op deze behoefte naar hogere dichtheid was de ontwikkeling van blades, verticaal geplaatste servers die dankzij het delen van bepaalde voorzieningen zoals voeding en storage minder ruimte in beslag nemen. IBM biedt bijvoorbeeld een chassis van 7U hoog met een capaciteit voor 14 blades, effectief 0.5U per stuk. Ondertussen is ongeveer 1 op de 5 nieuwe servers die geïnstalleerd wordt een blade.

 

Sommige mensen vinden echter dat blades nog steeds niet genoeg dichtheid hebben, vooral vanwege de snelle groei van het internet en het feit dat veel datacentra kampen met ruimtegebrek. Verschillende bedrijven zijn daarom de afgelopen jaren bezig geweest met de ontwikkeling van de volgende stap na blades: microservers. Dell kan tegenwoordig bijvoorbeeld 12 singlecore Xeon-servers in een 3U-chassis leveren, terwijl Tyan maar liefst 18 stuks in een 4U-unit stopt. Respectievelijk gaat het hier om 0.25U en 0.22U per machine. Deze producten zijn niet ontwikkeld als proefballonnetjes, maar juist naar aanleiding van concrete behoeftes vanuit de markt. Grote namen op internet laten dit soort hardware al geruime tijd speciaal ontwikkelen, maar de laatste twee jaar zijn er commercieel beschikbare varianten van verschenen.

 

TYAN-FM65-B5511-Micro-Server.jpg

 

De kroon wordt momenteel echter gespannen door het nieuwe bedrijf SeaMicro, dat maar liefst 512 servers in 10U stopt en daarmee slechts 0.02U per 'machine' in beslag neemt. Machine tussen aanhalingstekens, want in deze configuratie is het onderscheid tussen de individuele units behoorlijk vervaagd; er zitten er maar liefst acht op één printplaat. SeaMicro heeft dit platform opgebouwd rond de Atom-processor in plaats van de Xeon, omdat deze nu eenmaal een stuk zuiniger en compacter is. De lagere betrouwbaarheid van deze chip door het gebrek aan RAS-features zoals ECC neemt men voor lief en poogt men in de chipset en software te compenseren.

 

Hoewel Intel niet verwacht dat de markt voor microservers heel groot zal worden, erkent het de behoefte van een aantal grote, invloedrijke klanten en wil het graag bijdragen aan het succes van Xeon en Atom in deze nieuwe categorie hardware. Het alternatief zou immers ARM kunnen zijn, wat de concurrerende architectuur een opstapje zou kunnen geven naar zwaardere servers. Om dat te voorkomen belooft Intel voortaan zuinigere serverchips uit te brengen. Er is nu al een 20W Sandy Bridge Xeon te koop, terwijl de vorige generatie - met vergelijkbare specificaties - niet lager dan 30W kwam. Later wordt nog een 15W-versie verwacht. Volgend jaar zullen verder de eerste serverversies van Atom geleverd worden, met VT en ECC-geheugen aan boord maar wel met het vertrouwde sub-10W stroomverbruik.

 

Het blijft niet alleen bij processors; er wordt onder de vlag van het Server System Infrastructure Forum ook gewerkt aan een standaard voor dit soort machines, de Micro Module Server Specification. Intel is een van de hoofdsponsors van deze groep en stelt bovendien een ‘Evaluation Lab’ beschikbaar aan ontwikkelaars die willen proberen of hun software goed zou draaien op een dergelijk systeem.

 

De 1U pizzadoos heeft volgens sommige experts zijn langste tijd gehad; met de opkomst van blades en micro-servers biedt hij lang niet meer de beste dichtheid, terwijl hij tegelijkertijd ook de capaciteit en uitbreidbaarheid van grotere 2U- of 4U-machines mist. Wellicht ziet de 'cloud' er over tien jaar dus wel zo uit:

SeaMicro-server.jpg

Wil u nog beter op de hoogte blijven van wat er allemaal gebeurt bij Intel in Nederland? Wil u deelnemen aan leuke wedstrijden zoals de Intel Visual Wonders of the World? Wil u behind the scenes opnames van events en keynotes? Dan is dit een goed moment om onze Intel Nederland Facebook pagina te bezoeken. Klik op image hieronder, like Intel Nederland en u zit op de eerste rij voor allerlei Intel Nederland nieuws.

 

Tot op Facebook!

 

intel nederland home.png

Filter Blog

By author:
By date:
By tag: